* Personages – what’s in a name?

Een naam. Wat heeft dat te zeggen? Zelf heb ik het twijfelachtige voorrecht, dat ik geen enkele naam kan onthouden. Zo gauw ik een naam heb gehoord, zo gauw is die ook weer verdwenen. What’s in a name. Wie zei dat ook al weer? Eén ding is duidelijk: in onze werkelijkheid zeggen de namen niets over de personen die er mee rond lopen. Meestal zijn die namen namelijk al bedacht voordat dat die naamdragers het licht hebben gezien. Wellicht verwijst de gekozen naam naar een familielid, een populaire artiest, een bloemetje of een mythologische figuur. Maar zoiets ben jij zelf toch echt níet?! Meestal went je in de loop der jaren wel aan de willekeurige naam waarmee je geroepen wordt. 

What’s in a name” zei Julia – en zij had groot gelijk: het gaat er niet om hoe de ander heet, maar om wie hij is – voor jou! Dat mooie zinnetje werd haar echter wel ´toevallig´ in de mond gelegd door een schrijver – die veel van zijn personages veelzeggende namen gaf. Maar ja, de naam van een personage wordt er desnoods pas achteraf op geplakt, nadat alles over dat personage is bedacht en het toneelstuk is voltooid. Achteraf de juiste naam geven – tja, dat kan makkelijk bij een personage….

Op zoek naar namen. Van personages, schrijvers, locaties. Titels van toneelstukken, films…
Deze lijst wordt regelmatig aangevuld.  Wie nog namen weet om toe te voegen –  graag!

KLIK op een van de volgende namen!… 

A
antonietta
B
beo
– bérenger 
– bertolt brecht
blanche dubois
belle reve
C
– christiane
conciërge
D
desire (verlangen) 
E
elckerlyc
 elisabeth 
elyseum 
F

G
georges
gabriele
H
hitchcock
horatio
I
incognito
J

K

L
leonardo felix
M
mariken van nieumeghen
M / emmeken / geachte heer M
marieke, madeleine en mathilde
madeleine (renaud)
minetti
N

O
oude man
P

Q
QUI-RIOSA

R
ritter, dene, voss
rosamunde
S
streetcar named desire
stella
stanley kowalsky
T

U
una giornata particolare
V
vrijdag
W

X
Y
Z

 


.
ELCKERLIJC

a bericht ElckerlijcOm te beginnen mag hier Elckerlijc genoemd worden, een naamloze ‘Iedereen’ die de gehele mensheid vertegenwoordigt als personage in de gelijknamige moraliteit oftewel zinnespel, eind 15e eeuw. De volledige titel luidt: Den Spyeghel der Salicheyt van Elckerlijc – Hoe dat elckerlijc mensche wert ghedaecht Gode rekeninghe te doen. Na Elckerlijc is er vervolgens ook Everyman, vroeg 16e eeuw, en vervolgens reist iedereen door geheel Europa.

Hugo van Hofmannsthal neemt eeuwen later de draad weer op met Jedermann, een mysteriespel, geschreven rond 1911, première 1920 in regie van Max Reinhardt. 

Naar méér mensen dan naar alle mensen in onze wereld kan een personage onmogelijk verwijzen en daarmee verslaat Elckerlyc dan ook Adam en Eva, die ieder ‘slechts’ de helft van de wereldbevolking vertegenwoordigen.

De term Jan en Alleman doet vervolgens vermoeden dat één mannetje zich buiten de massa weet te plaatsen, maar dat is een misverstand: oorspronkelijk was daar simpelweg Alleman, die vervolgens ook wel als Jan Alleman werd aangeduid, om tenslotte te transformeren tot Jan en Alleman. Maar hoe dan ook: deze aanduiding is toch wel wat ál te eenzijdig mannelijk gekleurd…

In 1975 verscheen de Nederlandse verfilming Elckerlyc in de regie van Jos Stelling. De DVD-versie is op het ogenblik niet meer in de handel, helaas, helaas…. Maar wanneer de kans zich weer voordoet, mag iedereen die grijpen!


.
BÉRENGER

Vanuit Elckerlyc en naamgenoten komen we rechtstreeks bij Eugène Ionesco (1909 – 1994), die in vier van zijn toneelstukken de naam Bérenger mee geeft aan ‘de mens’.
Béranger verschijnt als hoofdpersoon achtereenvolgens in de volgende werken:

  • 1. Tueur sans gages (Moordenaar zonder betaling), 1958.
    Het eerste stuk rondom Bérenger. Een Nederlandse versie heb ik overigens niet kunnen achterhalen
    .
  • 2. Rhinoceros, 1959.
    De rol van Bérenger werd hier o.a. gespeeld door Laurence Olivier, in de verfilming onder regie van Orson Welles, 1969.
    .
  • 3.  De Koning Sterft, 1962
    Een absurdistisch drama over het onvermijdelijke sterven van koning Bérenger – dat wil zeggen: het onvermijdelijke sterven van de mens, dus van Iedereen, die immers ‘koning in zijn eigen leven’ is, en die daar levenslang centraal staat – maar ook onvermijdelijk zal sterven. Aan ieders koninkrijk komt een einde. Een allegorie over alle fasen van het stervensproces van de mens, waarmee Ionesco de angst voor de dood tegemoet treedt. Een centraal thema in zijn werk.
    .
  • 4. Le Piéton de l’air (De voetganger in de lucht), 1962
    Geen Nederlandse versie te vinden. Maar wederom staat Bérenger centraal.

.
….. BRECHT

Wat dachten we van een naam als ‘Berthold Brecht’?  Hij moet wel van zijn stoel vallen als hij deze al te omslachtige, pretentieuze, burgerlijke, kwasi-elitair gespelde voornaam ergens op papier zou ontdekken. Niet minder dan twéé schrijffouten verdringen elkaar in één voornaam. Maar toch: de aldus fout gespelde naam zien we vaker op papier dan de juiste: Bertolt. Het was wel schrijnend dat die al te opgesmukte naam uitgerekend in de zestiger jaren opdook in het revolutionaire – en Brechtiaanse – tijdperk, met sosialistiese akties, met teater-eksperimenten, met akoestiese spelling en het simplisties verbond op de teevee. De KU in Nijmegen transformeerde van Katholieke Universiteit naar Kommunistisiese Universiteit. Brecht maakte uitgerekend in die tijd grote naam, maar helaas werd die nogal eens verkeerd gespeld. Bertolt Brecht Postzegel - dwarsDaartegenover staat dan het goede voorbeeld van de Sosialistiese Uitgeverij Nijmegen (SUN) met de historische en helaas niet meer te verkrijgen Nederlandse uitgave van “bertolt brecht, teatereksperiment en politiek“. Alleen al die titel is treffend voor die tijd: we zien daar géén hiërarchies en discriminerend onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters – dat zou immers letterlijk te kapitalisties zijn. Brecht introduseert in zijn teorie van het epiese teater dan wel het vervreemdingseffekt, maar dat geeft geen reden om aan zijn goede naam te tornen. Geen Bertold. Ook geen Bertholt. En zeker geen Berthold.  Bertolt Brecht is genoeg.


.
HORATIO

Horatio, dat is niemand minder dan de beste vriend van Hamlet, zijn mede-student (ratio!) aan de universiteit (!), die tenslotte van de stervende Hamlet de opdracht krijgt om later nog eens goed aan de wereld uit te leggen hoe het kwam dat alles zo liep…. Want in het nieuw aangebroken tijdperk – van rationeel denken – is iedere mens zélf, hoogstpersoonlijk, verantwoordelijk zijn voor wat hij doet in deze wereld. Eigen verantwoordelijkheid: dát is de kwestie!

De Renaissance staat voor de deur, het tijdperk van de menselijke rede, de ratio. De goden hebben inmiddels niets meer te zeggen, laat staan iets te verantwoorden. En Ho-ratio loopt alvast de tijd vooruit…


.
LEONARDO FELIX

… is de veelzeggende naam van het enige personage dat een naam krijgt, tussen de tientallen naamloze personages in de dorps-gemeenschap van Bloedbruiloft (Federico Garcia Lorca, 1933). 

We houden het hier maar bij de simpele en overduidelijke vertaling:
Leonardo
= Leeuw      Felix =  Geluk

Voor het overige: zie elders op deze website het hoofdstuk over de personages van Bloedbruiloft  


Marguerite Duras
Marguerite Duras

.
MADELEINE (Renaud)

Het gebeurt nog wel eens, bij tijd en wijle, dat het personage de naam te danken heeft aan de acteur of de actrice door wie dat personage wordt gespeeld… Realiteit en fictie onder de zelfde stempel.

Marguerite Duras (1914 – 1996) laat dat zo zijn in de door haar geschreven en ook regisseerde voorstelling van Savannah Bay, 1983. Daar verschijnen twee personages: Madeleine en de Jonge Vrouw. De rol van Madeleine werd gespeeld door Madeleine Renaud, een welbekende Franse actrice, die wel vaker speelde in voorstellingen van Duras. En deze rol werd dan ook – overduidelijk, nietwaar… – speciaal voor haar geschreven. 

Ook de naam van Marguerite Duras zelf kan hier niet onbesproken blijven – daar is eveneens mee gegoocheld: pseudoniem van Marguerite Donnadieu.   


.
RITTER, DENE, VOSS

De Oostenrijkse auteur Thomas Bernhard (1931 – 1989) schreef de familiekomedie Ritter, Dene, Voss voor drie geliefde acteurs van het Wiener Burgtheater: Ilse Ritter, Kirsten Dene en Gert Voss. Het stuk werd in 1984 opgevoerd onder regie van Claus Peymann. Een stuk over twee zusters, toneelspeelsters, die in hun Weense stadsvilla wachten op hun broer, een filosoof, die terugkeert uit een inrichting. De personages danken hun namen dus rechtstreeks aan de acteurs door wie ze gespeeld worden. Het stuk wordt vervolgens ook wel door Nederlandse gezelschappen uitgebracht, waarbij de oorspronkelijke namen in de titel gehandhaafd blijven, hoewel Ritter dan niet meer door Ritter wordt gespeeld, maar door….  etc. Omgekeerd wordt ook niet de titel aangepast aan de drie achternamen van de nieuwe spelers, waarmee  de ‘dubbelheid’ van speler en personage dan dus niet meer aanwezig is.

Ritter, Dene, Vos, 1986
Ritter, Dene, Vos, 1986

 


.
MINETTI

Minetti als Minetti als King Lear
Minetti als Minetti als King Lear

Eveneens van de hand van Thomas Bernhard is het drama met de titel Minetti, in 1976 geschreven voor en gespeeld door de gerenommeerde en destijds reeds 71-jarige acteur Bernhard Minetti (1905 – 1998), geregisseerd door Claus Peymann. Meerdere toneelteksten van Thomas Bernhard kregen in de 70-er jaren veel belangstelling dankzij de rollen die Minetti in de voorstellingen daarvan speelde. Die reeks werd afgesloten met het stuk dat de naam van Minetti droeg – over een oude acteur, al vele jaren buiten spel, die in een verpauperd hotel in Oostende de tijd verslijt terwijl hij zit te wachten, te wachten op een theaterdirecteur uit Flensburg, waar hij zijn laatste rol zal spelen: King Lear. Een eerbetoon aan de kunst van het toneelspel zelf.

.

Bernhard stond vooral ook bekend als bikkelharde, sarcastische criticus van zijn vaderland. In zijn laatste toneelstuk Heldenplatz, geschreven een jaar voor zijn dood, schreef hij dat Oostenrijk nog in niets was veranderd sinds de tijd van het fascisme. Die stelling bezorgde hem – zoals vaker – nieuwe vrienden en vijanden. Om alle eer en invloed bij zich zelf te houden liet Bernhard in zijn testament vastleggen dat geen enkel toneelstuk van hem in Oostenrijk mocht worden opgevoerd, tot 50 jaar na zijn dood. Zijn erfgenaam heeft inmiddels toch weer opvoeringen in zijn gehate vaderland mogelijk gemaakt.

Toneelgroep De Appel speelde Minetti in 2001 met Eric Schneider in de titelrol, ter ere van zijn veertigjarig jubileum, in regie van Aus Greidanus.


.
VRIJDAG

Hier dan een naam die niet naar een persoon verwijst, maar naar een dag in de week. En uiteraard naar het gelijknamige toneelstuk van Hugo Claus (1929 – 2008), dat in 1969 werd gespeeld door de Nederlandse Comedie in Amsterdam, geregisseerd door Hugo Claus zelf.

Vrijdag: een associatie met persoonsnamen zullen maar weinigen van ons nu nog leggen. Maar vrijdag is van alle dagen in de week nog de sterkste dag als het gaat om verwijzingen naar personen: maar liefst twee. Daar moet wel direct bij worden aangetekend dat het woord ‘personen’ dan te kort schiet, want het gaat hier om twee godinnen. Eerst was daar Freya, de Germaanse godin van de vruchtbaarheid, liefde en wellust. Vervolgens zien we bij de Romeinen Venus verschijnen als de godin van deze menselijke driften en relaties en sindsdien heet deze dag de Dies Veneris. Aanvankelijk was deze dag van Venus – zoals de benaming al doet vermoeden – de dag om te vrijen. En in het kader van de noodzakelijke voortplanting van de groep was dat een stimulerend idee. Vrij-dag was dus letterlijk en figuurlijk: de dag-om-te-vrijen. Maar vervolgens, via de opmars van het christendom, veranderde de betekenis van vrijdag in het tegendeel: de dag van schuld en boete. De dag waarop geen vlees wordt gegeten, maar vis.

Vrijdag heeft zo twee kanten: het is de dag van overgave, maar tegelijkertijd juist ook de dag van onthouding. Deze twee etiketten op één dag sluiten elkaar volledig uit – en dat geeft dan het broodnodige, absolute contrast voor een dramatisch gegeven. Dat is de dualiteit waarin George gevangen zit. Om het maar snel en simpel samen te vatten: van de katholieke kerk móet hij vrijen, maar hij mág het niet! Enerzijds komt de pastoor regelmatig over de vloer om druk uit te oefenen op de voortplanting om zo het aantal kerkgangers op te voeren, anderzijds is geslachtsgemeenschap ‘uiteraard’ niet bedoeld als wellustig vertier en dus verboden. Dat vraagt een nauwelijks op te brengen balans tussen driften en plichten, tussen natuur en voorschriften. Dit dilemma heeft haast onvermijdelijke gevolgen voor wie daarmee is opgezadeld. De mens hééft driften en verlangens – en hoe meer deze worden verboden en verdrukt, in dit geval door de gezaghebbende kerk, hoe meer deze zich laten gelden. De vrijdag is daarmee voor George tot een ‘onmogelijke dag’ geworden.

Vrijdag was ook de geboortedag van zijn dochter Christiane. Daarover leerde het bijgeloof, zoals Jeanne het zegt: ‘Een meisje dat op vrijdag geboren wordt, z’is ongelukkig, of ‘t is een heks. En de vrijdag slaat het weer om’. Waarop Georges kan aanvullen: ‘Vandaag is ‘t ook vrijdag’. En nu, op deze vrijdag ten tonele, kan er dan binnen het handelingsverloop letterlijk een ‘omslag’ zijn, zoals Jeanne die beweging noemt, of in onze termen gezegd: de peripetie vindt daar plaats. Vrijdag was de dag waarop de dochter werd geboren. Vrijdag is uiteindelijk ook de dag waarop de verzwegen waarheid aan het licht komt en de weg vrij is naar morgen, morgen…

.
CHRISTIANE (in Vrijdag)

… kwam hier al ter sprake en uitgerekend het meisje dat op die dag van de heksen werd geboren, draagt in haar naam de verwijzing naar het absolute tegendeel: Christus! Zij weet zich vanuit de positie van dochter te manoeuvreren naar de plaats van de beminde – om daar ogenblikkelijk weer spijt van te hebben, net zoals haar vader, die zichzelf niet buiten het spel wist te houden.

.
ELISABETH (in Vrijdag)

… is de naam van de pasgeboren dochter van Jeanne en Erik, die bij de burgerlijke stand overigens direct al werd ingeschreven als dochter van George. Over de keuze van deze naam geeft Claus een heldere toelichting via de woorden van Erik: ‘We hebben haar Elisabeth genoemd, naar Elisabeth Taylor. Maar we zeggen d’r Lili tegen’.

.
GEORGES (in Vrijdag)

Nu we het toch al hadden over Elisabeth Taylor kunnen we bij de naam Georges vervolgens echt niet meer ontsnappen aan een associatie met Who’s afraid of Virginia Woolf? (1962) van Edward Albee In deze film speelt Elisabeth Taylor de roemruchte rol van Martha – terwijl haar toenmalige echtgenoot Richard Burton de rol speelt van de echtgenoot van deze Martha: George! Het spreekt vanzelf dat Claus deze toespelingen willens en wetens heeft aangebracht, zoals overigens ook – nog veel sterker – allerlei verwijzingen binnen het verloop van de handeling naar de opbouw van de katholieke mis. Who’s afraid of Virginia Woolf naast Vrijdag – dat levert prachtige vergelijkingen, waarover later wellicht meer. 


.
INCOGNITO – Hitchcock

a bericht What's Hitchcock kleinEen regisseur met (later) wereldwijde naamsbekendheid zag zich ooit eens genoodzaakt om bij de opname van één van de eerste films die hij regisseerde zelf als figurant voor de lens te verschijnen – dat spaarde personeelskosten. Deze uitzondering werd vervolgens de regel bij vrijwel al zijn latere films, een traditie die overal door iedereen met argusogen werd gevolgd. Want ergens in de zijlijn van een scène van alweer een nieuwe film verschijnt de inmiddels bekende regisseur als verscholen figurant – maar waar nu dan weer ? Zoeken, zoeken! Het werd voor zijn publiek een sport op zichzelf om die figuratieve handtekening van deze incognito te achterhalen. Dan gaat het hier vaak ook nog om thrillers, waar veel spanning te danken is aan het voortdurend jongleren met kennisvoorsprong en kennisachterstand. Maar één ding is tevoren zeker: hij is altijd wel ergens in een oogwenk te zien. Zoals in North by Northwest (1959), Psycho (1960) ,The Birds (1963) om maar enkele titels te noemen waar hij naam mee maakte. En die naam luidt – voor we het vergeten: Alfred Hitchcock (1899 – 1980).


.
DE OUDE MAN (in Macbeth)

Wanneer De Oude Man verschijnt is het onheilspellend duister rond het kasteel van Macbeth, als was het midden in de nacht – maar toch is het nog overdag… De hele natuur is van slag en de Oude Man meldt dat hij zoiets nog nooit in zijn lange leven heeft meegemaakt: ‘Zeventig jaren staan mij voor de geest (…) maar nu valt alles in het niet bij deze angstaanjagende nacht’. Dat deze Oude Man zeventig jaren oud blijkt te zijn, zal de hedendaagse lezer niet zo bijzonder vinden. Tenminste: in de afgelopen 33 jaren heb ik bij het groepsgewijs lezen en analyseren van deze tekst nog nooit iemand horen roepen: ‘Ongelofelijk…. wat is dát oud!’ En omgekeerd werd er ook nooit verbaasd gevraagd waarom het eigenlijk nodig zou zijn dat die leeftijd hier wordt vermeld. De gemiddelde levensverwachting van ‘de man’ in Europa ligt immers rond de 80 jaar, dus dat iemand 70 jaar oud is… ach ja, dat kan…

a bericht oude man 2
Trouw, 4 okt. 2014

Toch moeten we het als zeer opmerkelijk zien, niet dát de leeftijd van De Oude Man wordt genoemd, maar dat zijn leeftijd maar liefst 70 jaar was… aangezien in tijd de levensverwachting rond de 40 jaar lag!

De levensverwachting in de Middeleeuwen was nog geen 30 jaar, ten tijde van Macbeth 40 jaar, en tegenwoordig is dat maar liefst 80 jaar.

De helft van de in 2013 geboren meisjes heeft een goede kans om 96 jaar te worden, voor de jongens is dat 92 jaar. En zo schrijden we snel en zeker richting 100 jaar als redelijk rendement.

In de tijd van Shakespeare (en Macbeth) lag dat totaal anders. De meerderheid van de bevolking was jonger dan 25 jaar. De levensverwachting lag rond de 40 jaar, o.a. door de grote kindersterfte, door de risico’s voor vrouwen bij bevallingen, door talloze onbehandelbare ziektes etc. Daarnaast waren er ook wel degelijk mensen die maar liefst 60 of 70 jaar oud werden, maar dat was een minderheid, want de verwachtingen lagen dus anders. Wanneer er binnen die verwachtingen dan een 70-jarige man ten tonele verschijnt, is dat iets wat het publiek niet zal ontgaan! Vergelijkenderwijs: in onze tijd zou deze Oude Man nu melden dat hij inmiddels 100 jaar is en al een eeuw lang de wereld aanschouwt, maar nog nooit zoiets meemaakte als wat nu om zich heen grijpt: de Tijd zelf is in de war!

De Oude Man verschijnt hier met Ross, die meldt:
Het is daglicht naar de klok, maar holste nacht smoort het bewegelijke zonneschijnsel – wordt dit het blijvend rijk der nacht, of zou de dag zich schamen dat duister alom lijkwaden legt over ‘t aanschijn der aarde dat wakker moest gekust door glorend licht?

Niet alleen de Tijd is volledig van slag geraakt, maar de gehele Natuur is ontregeld. Daar gebeurt het onmogelijke: een valk wordt doodgebeten door een uil! En de paarden – de grootste mensenvrienden – lijken een oorlog te willen beginnen tegen de mensheid.

Het is Macbeth die de bron is van deze destructieve wanorde in de tijd. Met geweld en bedrog haalt hij op eigen wijze de begeerde toekomst naar zich toe, in plaats van rustig en in vertrouwen zijn tijd af te wachten – zoals Banquo wél doet… Uiteindelijk komt hem dat duur te staan: hij verliest werkelijk alles en iedereen. Zijn dood maakt het begin van een nieuwe tijd mogelijk. Malcolm, vanaf dat moment koning van Schotland, kondigt dan ook een nieuw tijdperk aan:

‘Wat ons te doen blijft en nu geplant moet, in de nieuwe tijd: terugkeer van onze vrienden uit den vreemde, (…) berechting van de folteraars en trawanten van deze beul en zijn duivelse vrouw (…)
– dit volbrengen wij te juister plaats en tijd‘.


.
MARIKEN van Nieumeghen
(oftewel EMMEKEN oftewel M) 

Standbeeld door
Standbeeld Mariken in Nijmegen, door Vera van Hasselt

.
De voornaam van de hoofdpersoon uit het gelijknamige mirakelspel uit de 16e eeuw. De duivel wil wel een deal sluiten met Mariken, maar dan op voorwaarde dat zij haar naam zal veranderen, die immers verwijst naar de heilige Maria – een onverdragelijke klank in de oren van de duivel. Mariken wil echter geen andere naam aannemen, maar uiteindelijk wordt de oplossing gevonden in de afkorting van haar naam met de letter M. Vanaf dan reist zij als Emmeken door de wereld samen met de duivel. Uiteindelijk keert zij terug op het rechte pad, toont berouw en doet jarenlang boete.

 

In de tekstuitgave wordt de hoofdpersoon – in de kantlijn bij haar clausen – aanvankelijk aangeduid als Mariken. Wanneer zij haar naam prijs geeft aan de duivel wordt zij daar aangeduid als Emmeken. De naamgeving in de neventekst volgt dus consequent het handelingsverloop. Maar wanneer Emmeken terugkeert op het goede pad, blijft zij in de neventekst toch nog Emmeken heten. Merkwaardig genoeg keert de naam Mariken in de kantlijn dus niet terug.

Tenslotte hier nog even de volledige titel van Mariken:

Die waerachtige ende een seer wonderlijcke historie van Mariken van Nieumeghen
die meer dan seven jaren metten duvel woende ende verkeerde.

In 1974 verschijnt de Nederlandse film Mariken van Nieumeghen, in regie van Jos Stelling. 


.
M – de letter M

1. M = Emmeken    
2. M    (op de kaft…)
3. Geachte Heer M
4. M, M, M (= Marieke, Madeleine, Mathilde)

M = EMMEKEN = MARIKEN

1. Mariken (van Nieumeghen) is vernoemd naar Maria – en dat zijn namen die de duivel absoluut niet kan verdragen, dus dat staat een samengaan van die twee personages nogal in de weg. Op verzoek van de duivel vervangt Mariken haar naam dan door de afkorting met de eerste letter: M oftewel Emmeken.
Zie voor uitleg hierboven bij MARIKEN.
.

a bericht Shira KellerM.

2. Het boek met de compacte titel ‘M’  (augustus 2012) werd geschreven door Shira Keller (1985). Een kortere titel is niet mogelijk. Over de geheime jeugdliefde van beeldhouwster Leah met haar leraar Klassieke Talen op de middelbare school. Dagelijks ontmoeten zij elkaar bij de Oude Kerk, maar uiteindelijk blijkt hun liefde niet tegen alles bestand.

Shira won met haar ‘M’ de Academica Literatuurprijs 2013.
Zie www. shirakeller.nl en ook te volgen via Facebook.

.
Met de letter M stond Shira Keller overigens niet alleen op de wereld, bleek korte tijd later….

.

GEACHE HEER M.

3. Herman Koch (1953) schreef Geachte Heer M. (mei 2014), een psychologische misdaadroman.  Een iets langere titel rond de letter M. Het betreft hier ene schrijver M en zijn veel jongere vrouw. Deze schrijver M behaalde succes met een boek over de verdwijningzaak van een jaloerse leraar, die ooit een fraaie scholiere trachtte te versieren. In dit boek haalt Koch stevig uit naar de leraren op de middelbare school, naar de (dis-)kwaliteit van de Nederlandse roman, naar collega’s uit de schrijverswereld.

Tot slot: zoek de overeenkomsten en verschillen tussen Keller en Koch. Zowel in titel als in anekdote. En de gerenommeerde Koch kan dan wel de meeste publiciteit hebben gewonnen, maar toch niet alle eer en roem. Het merkwaardige is bovendien, dat Koch via zijn roman kritiek levert op het middelbaar onderwijs, dat te weinig aandacht zou besteden aan de (actuele) literatuur, terwijl het hem tegelijkertijd kennelijk is ontgaan dat een boek met de titel M een literatuurprijs kreeg, waarna hij vervolgens zelf de markt op kwam met… eveneens een M in de titel..! Kennelijk is ook Koch niet al te zeer op de hoogte van de actuele uitgaven. De titel van zijn roman had dan toch ietsje pietsje anders gekund? Geachte heer K ?
.


M, M, M = MARIEKE, MADELEINE, MATHILDE

4. Is dat slechts stomtoevallig zo of zien we dat juist? Jacques Brel schreef vele liefdesliederen, maar slechts drie hebben als titel een meisjesnaam – om precies te zijn: Marieke, Madeleine, Mathilde. Inderdaad: de naam van de grote liefde begint altijd met een M…! Bij Marieke (1961) klinkt de herinnering aan een ware jeugdliefde in het vlakke Vlaamse landschap. Het lange wachten op Madeleine (1962) blijkt steeds tevergeefs, maar de liefde blijft toch hoopvol leven. En tenslotte is daar dan eindelijk… de langverwachte terugkeer van de overrompelende, hartverscheurende liefde die Mathilde heet (1966).

Iedere liefde begint met een M. Hier althans wel. Gelukkig ben ik niet de enige die met de M3-vraag kampt. Ook de Franstalige Wikipediaanse informatie over Brel noteert deze alliteratie: ‘Comme Marieke et Madeleine, Mathilde est une chanson d’amour passionné pour une femme dont le prénom commence par « M ».’ Dat vraagt dus om internationale achterdocht en aandacht. De oplossing heb ik in ieder geval (nog) niet. Wel nog enkele andere cryptogrammatische Emmetjes, ter aanvulling.

Bekend is dat Brel in zijn jeugdjaren zijn Moeder aansprak met het koosnaampje ‘Mouky’, een Franse variant van het Nederlandse ‘Moeke’. Maar laten we eerlijk zijn: dat iemand zijn moeder een aanspreektitel met M doneert is in Europa haast onvermijdelijk, met alle Mama’s, Moeders, Mutters, Mutti’s, Mothers, Mères etc. Dus hier scoren wij zeker geen punten die het toeval overtreffen.

Vervolgens trouwt Brel in 1950 met Thérèse Michielsen. Dat hier sprake is van een zekere mevrouw Michielsen doet de M-voorgevoelens groeien, maar ten onrechte: dat is immers haar achternaam, terwijl we zochten vanuit drie voornamen. Toch zijn we nu sneller terplekke dan gedacht, want Brel placht zijn vrouw aan te spreken als…  Miche! Daar is dus duidelijk sprake van een hoogst persoonlijk in het leven geroepen M-voornaam. Zeven jaar later komt er een einde aan het samenleven van Brel met deze M, al zijn ze formeel nooit gescheiden.

a brel en maddly 2Brel heeft in de navolgende jaren veel bruisende contacten, zoals pers en publiek nieuwsgierig noteren. In 1971 ontmoet hij Hélène Bamy… Wederom geen M te bekennen, maar zij had toen al wel haar artiestennaam: Maddly !

Dat levert enkele toevalstreffers. Beide dames veroverden een voornaam met een M. Beide dames hadden bij geboorte andere voornamen dan later, toen zij aanspraak maakten op een M-naam. En die oorspronkelijke voornamen van beide dames hebben een zelfde formule:

Thérèse en Hélène vertonen een rijtje van drie dezelfde klinkers  met accenten: é –  è –  e !

a brel en maddly 3In 1967 stopt Brel met zijn solo-voorstellingen. Enkele jaren treedt hij nog op in musicals en werkt hij als speler en als regisseur aan films, maar dit alles met minder succes en impact dan voorheen. Vanaf 1971 tot aan zijn dood in 1978 leeft Brel samen met Maddly Bamy, met wie hij samen over de Atlantische en de Stille Oceaan vaart. Tenslotte komen zij terecht op het eiland Hiva Oa, onderdeel van de Markiezen-eilanden (M….!) in de Stille Oceaan. Daar blijven zij dan wonen en uiteindelijk overlijdt Brel aan kanker.

De achtergebleven dames M en M voerden via de rechtbank nog strijd over de vraag waar Brels graf zou moeten komen en wat er op de steen zou moeten staan. In 1999 (21 jaar later!) kreeg Maddly haar gelijk in deze kwestie. Tenslotte ‘houdt Maddly Bamy de wereld periodiek op de hoogte van hetgeen Brel haar op bovennatuurlijke wijze vanuit het hiernamaals zou doorseinen.’ Aldus Wikipedia.

Dan nog even naar een ander aanknopingspunt, om de deus ex machina werkelijk gestalte te geven. Zoals gezegd gaf Brel drie liederen titels met meisjesnamen en die beginnen alle drie met de letter M. Maar er is natuurlijk méér tekst dan alleen een titel, en zowaar: binnen de tekst van Mathilde vinden we terzijde nog een andere meisjesnaam die aan alle voorwaarden voldoet: Maria! Onze eerste associatie gaat uiteraard wederom naar Moeder Maria, vervolgens naar Marieken, naar haar genoemd, maar op gezag van de duivel weer afgekort tot Emmeken, oftewel M. Van de hemelse sferen rond Maria naar de platvoerse werkelijkheid van M. – en dan weerom.

En jij, Maria, onze meid
Spreidt op mijn bed de lakens wijd:
Mathilde kwam terug bij mij!

 En daarmee is de cirkel rond.


.
A STREETCAR NAMED DESIRE

De titel zegt het al: bij deze naam gaat het om een tramlijn in de richting van het eindstation Verlangen. Het is de welbekende titel van het toneelstuk van Tennessee Williams (1914-1983) dat in 1947 in première ging. Vooral ook bekend dankzij de verfilming van Elia Kazen in 1951, met Vivien Leigh (als Blanche), Kim Hunter (als Stella) en Marlon Brando (als Stanley). In Tramlijnbegeerte wemelt het van betekenisvolle namen – en om te beginnen direct al in de titel!

illusie of realiteit…

.
DESIRE (VERLANGEN)  (in Tramlijn Begeerte)

De tramlijn met de naam Verlangen rijdt een route door New Orléans. In die overvolle, imponerende stad is Blanche op deze dag met de trein aangekomen, om vervolgens de weg te zoeken naar haar zus, waar ze zal logeren. De weg die ze zal volgen is gemarkeerd met veelzeggende namen, die niet alleen de locaties in de tramroute aanduiden, maar die ook symbolisch verwijzen naar de onvermijdelijke stappen in het handelingsverloop voor Blanche.

Blanche: Ze hebben me gezegd een tramlijn te nemen, een die ‘Verlangen’ heet, en over te stappen op een andere, ‘Kerkhoven’ genaamd, en dan zes huizenblokken te rijden, en dan uit te stappen op de… ‘Elyseïsche Velden’!

Wie u ook moge zijn… op de vriendelijkheid van vreemden heb ik mij altijd kunnen verlaten

.
Reeds in het prille begin van het stuk, legt Williams de onvermijdelijke ontwikkeling vast, die Blanche zal doorlopen. Haar onvermogen om haar onbeheersbare Verlangen, haar Begeerte, tot werkelijkheid te maken, brengt haar uiteindelijk – volledig uitgeschakeld – naar het  Kerkhof, en zo komt zij tenslotte terecht in de verblijfplaats van de gelukzaligen, in de Elyseïsche velden … ver van de realiteit.

 

Het ELYSIUM (Elusion) is in de Griekse mythologie de verblijfplaats voor die doden, aan wie een ongestoord, zalig leven na dit leven is toegekend. Het is een plek voor de gelukzaligen, en voor verwanten van de goden. Het Elysium mag niet worden vergeleken met de hemel of het paradijs in andere godsdiensten: daar was alleen toegang voor de overledenen op basis van hun goede werken of hun geloof. Toegang tot het Elysium is er voor wie het simpelweg krijgt… Deze kanttekening geeft (mij) een positief en ontroerend begrip voor het eindstation waar Blanche terecht komt: zij mág daar zijn, niet omdat ze dat verdiend heeft door iets te doen, niet omdat ze ergens recht op heeft, maar omdat het haar gegund is. Dát is pas echt een geschenk…!

Een verwijzing naar de Champs Elysées in Parijs kan hier natuurlijk niet ontbreken.

.
BLANCHE DUBOIS (in Tramlijn Begeerte)

Blanche = blank, wit
Dubois = van het bos

WIT verwijst hier naar ongeschondenheid, maagdelijkheid. Alles wat Blanche zo graag nog zou bezitten, maar wat zij reeds lang verloren heeft. Zij heeft alle zwarte kanten van het leven en de liefde al gezien, maar zij etaleert zich nog steeds als breekbare jongedame, die onbevlekt de toekomst tegemoet gaat, richting ware liefde. Het wit weet zij echter ook drastisch te maskeren via een kleurige strategie: zij draagt een donkerode, fel rode ochtendjas. Een passend kostuum voor de bruisende, zelfstandige vrouw die zij (te) graag tevoorschijn tovert – maar niet ís.

De wereld in de schemering…

.
De kleur WIT (of liever gezegd: het ontbreken van iedere kleur) staat ook letterlijk voor de schoon-heid, voor de smetteloosheid van het lichaam. Spik-splinter-super-schoon zal ze dan ook zijn, dankzij urenlange badkuipsessies, met alle zeep en parfum die ze maar kan vinden, in een eindeloze poging tot zelfreiniging.
Zo wordt zij witter dan wit.

 

Het ‘wit’ van Blanche verwijst ook naar de witte nachtvlinder, die het warme licht van de lamp niet kan weerstaan en zich zich uiteindelijk dood vliegt tegen het verlangde vuur. Dat is het hele verhaal van Blanche in een notedop. Williams had dan ook als werktitel voor dit stuk: The Moth (De Nachtvlinder)

.
In de verfilming van Streetcar wordt WIT direct in het begin reeds aangrijpend en veelzeggend ingezet, zal de goede verstaander zien. Wanneer de gigantische stoomtrein, puffend en krakend aankomt op het station van New Orléans, wordt het beeld gaandeweg geheel gevuld met de witte stoom, die zich over het perron verspreidt. We zien dan even niets anders meer dan volledig vol gestoomd, wit beeld… en wanneer de stoom met flarden opzij waait, als een gordijn dat zich opent, zien we uit al dat wit een jongedame tevoorschijn komen, die verward om zich heen kijkt op deze nieuwe, onbekende plek…

Maar nu: waar naar toe? Een dramaturgische geboorte terplekke. In dat beeld zien we een prachtige samenhang van anekdote en symboliek, want zo staat Blanche letterlijk en figuurlijk in de wereld: ze komt zomaar uit de witte mist tevoorschijn, vanuit het niets, ze weet geen richting te gaan, ze is gedesoriënteerd, en zoekt een weg… Een dwaalweg zal zij nu gaan en wij zullen haar vanaf nu volgen, tot de voor haar nooit verwachte, maar onvermijdelijke eindbestemming: de Elyseïsche Velden.

DUBOIS is haar achternaam en die verwijst ondubbelzinnig naar het bos. Mevrouw Van den Bos zouden wij dan zeggen. Een simpele, alom bekende, wijdverbreide achternaam. Maar in dit verband tekenend voor de draagster van die naam.  Als jong kind groeide Blanche onbezorgd op in een omgeving met een rijke natuur, in een paradijs op aarde.
.

BELLE REVE (in Tramlijn Begeerte)

Belle Reve, letterlijk ‘De Schone Droom’, dat was de naam van het ouderlijk huis, op de wijde plantage. Nadat Stella daar ooit was vertrokken, bleef Blanche alleen achter. Vervolgens sloeg de dood daar toe: vader, moeder, Margaret, nicht Jessie… zij overleden allen. Wat ooit een Mooie Droom was geweest, veranderde in een koude werkelijkheid. Stella krijgt uiteindelijk te horen dat Belle Reve voorgoed verloren is gegaan. Belle Reve, de schone droom, blijkt achteraf een illusie, een vergane glorie.
.

STELLA (in Tramlijn Begeerte)

Ook de zus van Blanche heeft een veelzeggende naam: Stella, het Latijnse woord voor ‘ster’. En inderdaad, Stella is in alle opzichten een stralende ster aan de hemel, waar Blanche bleekjes tegen afsteekt. Stella is een lichtpuntje in de duisternis, een baken in de nachtelijke levensreis. In tegenstelling tot haar zus is zij niet (letterlijk!) bleek gebleven, maar juist gekleurd door leven en werken in een veel-kleurige wijk, de French Quarter.
.

STANLEY KOWALSKY (in Tramlijn Begeerte)

Anagnorisis: het ware gezicht komt aan het licht…

De naam Stanley is dermate doorsnee, dat er verder niets over valt te melden. Niet door mij althans. De achternaam Kowalsky kan regelrecht uit het Pools worden vertaald: SMID. Het is de tweede in de reeks meest voorkomende namen in Polen. Dus ook de achternaam van Stanley is overduidelijk gerelateerd aan de Familie Doorsnee. Slotsom: Stanley Kowalsky is een prachtig Pools pseudoniem voor Kees Smid of voor Jan Janssen. Meer of minder zou hij zelf ook niet willen zijn. Als iemand ooit zou roepen: What’s in a name?  dan zou Stanley Kowalsky terug roepen: Wat doet dat ertoe?!?


.
UNA GIORNATA PARTICOLARE

Dat wil zeggen: een bijzondere dag. En inderdaad: 8 mei 1938 is een bijzondere dag.

.
Op die dag wordt Adolf Hitler door gastheer Mussolini vereerd met gigantische militaire parade door Rome.
Op die historische dag speelt deze indringende film, in de regie van Ettore Scola, 1977.

Het begin van de film bestaat uit een lange reeks (12 minuten) van originele journaalbeelden, over de aankomst van Hitler op het station van Rome, op 5 mei 1938, waar hij met alle pompeuze pracht en praal wordt ontvangen door zijn grote bondgenoot Mussolini. Deze historische opnames (zwart-wit), inclusief het ingesproken commentaar, presenteren zichzelf dan wel als een verslaggeving, maar objectief is dat allerminst: alles wat de toeschouwer te zien en te horen krijgt is regelrecht een propaganda-film voor de Führer en het fascisme.
.

Na deze ‘journaalbeelden’ begint de eigenlijke speelfilm, vanaf hier in kleur – over die bijzondere dag, 6 mei 1938, wanneer Hitler in Rome wordt vereerd met een overdonderende militaire parade, toegejuicht door de complete nationaal-socialistische bevolking van de stad…

Maar vooral is deze dag een GIORNATA PARTICOLARE voor de thuisblijvers: Antonietta en Gabriele. Deze twee personages krijgen de positieve hoofdrollen, tegen de achtergrond van de overweldigende, uniforme massa. Voor Antonietta is dit een zeer bijzondere dag, omdat zij, voor het eerst in haar traditionele, burgerlijke leven, mag ervaren wat werkelijke overgave is, mentaal én fysiek. Voor Gabriele is dit een zeer bijzondere dag, omdat het – zoals hij weet – zijn laatste dag zal zijn in vrijheid: dan wordt hij door de fascistische overheid gedeporteerd naar Sardinië. Voor beiden is dit een gedenkwaardige, laatste dag. Daarna slaat de realiteit des te harder weer toe.

.
ANTONIETTA (in Una Giornata Particolare)
– gespeeld door Sophia Loren

Volkse vrouw, neemt in haar eentje de gehele huishouding op zich, volgens het burgerlijke rolmodel: de vrouw in de keuken en de man buitenshuis. Hij is naar zijn werk, naar zijn vrienden c.q. naar andere vrouwen. Zij draagt in haar eentje de zorg voor het hele gezin, zij verzorgt de maaltijden, zij ruimt alle rotzooi op. Zij komt als eerste uit bed en gaat als laatste weer naar bed. Zij kan niet dansen, zij kent geen enkel boek, en zij heeft geen enkel maatschappelijk inzicht. En ondertussen veegt haar man, al commanderend, terloops zijn vuile handen af aan haar kleding. Letterlijk. Maar Antonietta weet niet beter. Totdat zij, op deze gedenkwaardige dag, zal ontdekken dat het fundamenteel anders kan…

.
GABRIELE (in Una Giornata Particolare)
– gespeeld door Marcello Mastroianni

Radiopresentator bij de omroep, maar daar buiten spel gezet wegens zijn homoseksuele geaardheid. Tijdens de intro zien we historische filmbeelden van de intocht van Hitler in Rome, en horen we continue een overdonderend radioverslag, uitgevoerd door een collega van Gabriele. Als intellectueel, uit de hogere klassen, is hij de absolute tegenpool van Antoniette: hij kan uitstekend dansen, hij kent talloze boeken, hij heeft een scherp maatschappelijk inzicht. Ook is hij in alle opzichten het ware tegendeel van de man van Antoniette: hij danst de tango, sámen met haar, in plaats van in de massa te marcheren, is behulpzaam i.p.v. zelfzuchtig, toont zich gevoelig i.p.v. koudbloedig, enz. enz.

Antonietta ontdekt in Gabriele een prijzenswaardige én begerenswaardige man. In alle verwarring groeit haar hartstocht voor deze ideale man uit een andere wereld. Maar helaas… dan ontdekt zij dat de liefde niet wederzijds zal zijn: hij blijkt homoseksueel. Aanvankelijk is dat voor haar een grote, totaal onverwachte klap. En toch: al snel delen zij tenslotte (letterlijk!) een laatste avondmaal, met brood en gebakken ei (!). Voor haar is dit het eerste én laatste avondmaal dat zij werkelijk deelt men een man. Voor hem is dit het laatste avondmaal, voordat hij – over enkele uren – zal worden afgevoerd, richting concentratiekamp. Samen delen zij het ei, symbool van voortplanting, bron van het leven. Een kleine gemeenschap, een communie, die alles deelt. Zij gaan ter communie.

Antonietta en Gabriele zitten beiden opgesloten in het zelfde rolpatroon, in de fascistische maatschappij. Een harmonische oplossing is per definitie onmogelijk. Zij kunnen elkaar uiteindelijk niet helpen. Maar als publiek hebben wij aan deze gestrande poging wél een warme waarheid kunnen ervaren achter de horizon.  Antoniette en Gabriele staan voor een onmogelijke liefde in meerdere opzichten – een verboden liefde zelfs. Kortom: dramaturgisch krijgen we hier een ideaal zwart-wit voorgeschoteld. Het is precies de onmogelijke liefde van “Romeo en Julia“, maar dan anders…

Eén van de vele voorbeelden van de treffende mise-en-scène én cameravoering! De onmogelijke liefde, ruimtelijk vormgegeven, en aldus in beeld. Elkaar letterlijk en figuurlijk aantrekken én afstoten. Een vurige passie vlamt op vanuit de simpele, huishoudelijke taken. Hoog op het dak, onder de vogelvrije hemel, ontsnapt aan het lot van de realiteit… al was het maar eventjes.  Verbindend rekwistiet in spel: beddenlaken…

.
ROSAMUNDE, de BEO (in: Una Giornata Particolare)

De vogelsoort BEO behoort tot de spreeuw-achtigen en dus niet tot de papagaai-achtigen, zoals zijn spraakvermogen nogal eens doet vermoeden. De beo en de papagaai worden graag als huisdier gehouden, vanwege die ‘sprekende kwaliteiten’.

ROSAMUNDE is een twee-stammige Germaanse naam, samengesteld uit Rosa (roem) en Mund (bescherming). De naam Rosamund verwijst dus naar de ‘roemrijke beschermster’. De betekenis van deze naam wordt ook wel vanuit het Latijn verklaard, met twee opties: Rosa munda (reine roos) of Rosa mundi (roos van de wereld).

Met deze gesnavelde en vrolijke huisgenoot heeft Antonietta meer contact dan met haar echtgenoot. De vogel vliegt niet in alle vrijheid rond,  maar zit opgesloten in een kooitje. In een onbewaakt ogenblik, door stom toeval, ontsnapt de vogel dan uit het raam, de vrijheid tegemoet. Dat heeft twee gevolgen. Allereerst wordt de vogel direct weer van zijn vrijheid beroofd: terug in de kooi. Maar dankzij deze ontsnappende vogel vindt – ook bij stom toeval – de ontmoeting plaats tussen Antonietta en Gabriele. En deze personages zitten in wezen precies zo gevangen. Antonietta zit opgesloten in de kooi van haar flat, in haar burgerlijk gezinnetje, in haar rol van ondergeschikte vrouw, in de nazistische maatschappij. En Gabriele wordt letterlijk gevangen, afgevoerd en opgesloten. Bovenop de gigantische flat fladderen deze personages even onder de vrije lucht, maar dan keren ook zij snel terug in hun onvermijdelijke kooi…

.
DE CONCIERGE  (in Una Giornata Particolare)

De conciërge van de torenhoge woonflat heeft daar niet alleen een dienstverlenende functie. Zij is terplekke een regelrechte plaatsvervangerster van Mussolini zelf. Zij is een levende marionet van de heersende macht, en op haar beurt houdt zij alle inwoners van de flat aan het touwtje. Zij is de vleesgeworden sociale controle, en zij vaart daar wel bij. Iedereen die de flat binnen komt, en iedereen die de flat verlaat, passeert haar controlerende oog en oor.

Zij heeft een zeer opvallend uiterlijk – met alle traditionele kenmerken van de HEKS, zoals ook Shakespeare die ten tonele voert in Macbeth.

Zie het betreffende hoofdstuk in onze analyse van Macbeth. Ook in Giornata Particolare heeft de heks zo’n verwarrende mix van vrouwelijke en mannelijke eigenschappen. Het ís dan inderdaad wel een vrouw, maar haar gezicht heeft zeer mannelijke trekken, met een aanzet van snorharen, en met kort haar.
Bij Shakespeare werd de vrouwelijke heks gespeeld door een mannelijke acteur. En hier wordt de heks dan wel gespeeld door een vrouwelijke acteur, maar de verwarring is er niet minder om. Slotsom: de conciërge is een non-geslachtelijk wezen, van buiten de man-vrouw-wereld. Zij beschikt over duistere machten en houdt de wereld met harde hand in het gareel. En het nationaal-socialisme vaart daar wel bij.


.
Q…….Q…….Qui-riosa

Onder de letter Q, die anders gedoemd zou zijn tot minimaal gebruik, scharen we hier dan maar een aantal CURIEUZE namen, die verder nauwelijks tot geen belang hebben in dit museum van toneel-namen, maar die ik toch ergens een plek zou willen geven om andere reden. Gewoon voor de lol dus. Ergens moet ik een hele stapel van zulke namen achter in mijn geheugen hebben liggen. Die komen t.z.t. wel weer aan de oppervlakte. Dat wordt dan wel een tijdje geduldig wachten op…. (hoe heet dat personage ook al weer?), aangezien mijn geheugen voor namen een behoorlijke dreun heeft opgelopen per mijn 45ste verjaardag. Op die dag is mijn namen-geheugen compleet gesneuveld, en nieuwe namen maken sindsdien geen enkele kans meer om in mijn register opgeslagen te worden. Het zij zo. Dat neemt niet weg dat er vele namen zijn die genoemd mogen worden. Hier dan de curiosa op namengebied, oftewel de QUIRIOSA. Om de letter Q nog een kans te geven. Er wordt bij tijd en wijle een naam toegevoegd….

Zie hieronder achtereenvolgens…. Hennie de Haan….


.
Mevr. HENNIE DE HAAN

Op het café-terras lees ik in de plaatselijke krant van 15 augustus 2018 een artikel over de verspilling van 81 miljoen dieren per jaar in Nederland, die worden gedood omdat ze niet (meer) productief zijn: kippen die te weinig eieren leggen, haantjes die dat helemaal al niet kunnen, niet-rendabele koeien, varkens, geiten, schapen, konijnen. De actiegroep Wakker Dier voert actie en krijgt daarop geen reactie van de Land- en Tuinbouw-organisatie (LTO), de grootste boerenbond in Nederland. Maar reactie komt er wél van de voorzitter van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders, genaamd mevr. Hennie De Haan. Zij stelt dat de meeste pluimveehouders goed voor hun kippen zorgen. “Dieren onnodig doden, dat gebeurt echt niet”, aldus mevrouw De Haan.
Zo zien we maar: het gaat goed met de kippen, en dat horen we van De Haan. En deze haan heeft recht van spreken namens de kippen, want deze haan is een mevrouw. En in deze functie wordt die mevrouw niet geafficheerd als voorzitster, maar als voorzitter. Die geslachtswissel treft haar niet door of dankzij haar hanige achternaam, maar omdat het inmiddels traditie is om dames met bepaalde functies NIET in de vrouwelijke, maar juist (standaard!) in de mannelijke vorm aan te duiden. Dus: het getuigt kennelijk van emancipatorische ontwikkeling, wanneer de vrouwelijke functionaris juist mannelijk wordt geëtaleerd… Waarom is dat eigenlijk zo geworden? Waarom geldt dat voor bepaalde dames-posities wel en voor andere juist weer niet? Waarom hier niet de voorzitster en wel de voorzitter (v)? Waarom elders dan wel: de stewardess, de kokkin, de lerares, de actice… en niet de steward (v), de kok (v), de leraar (v), de acteur (v)… enz.  En wie was er eerder: de kip of de haan? Ei, ei (m/v)….

 


wordt vervolgd….

heb je nog andere namen gezocht of gevonden? laat dan graag even weten!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.