* Lexicon

Woorden schieten tekort. Daarom hebben wij er zoveel.

Dat geldt ook voor al die vaktalen die de specifieke vaklui kennen en onderling hanteren. Dat is althans te hopen, want anders werkt alles juist averechts. Ook in de theaterwereld wemelt het van de vakmatige termen en begrippen. Jaren geleden ben ik ze maar eens gaan verzamelen. Dat is niet zo ingewikkeld, want je struikelt in ons werk over het vakjargon. Ook bestaan er reeds (Nederlandstalige) vakwoordenboeken, op papier of internet, met pogingen om de betekenissen van al die woorden te verwoorden. Daarbij hebben wij overigens het vermoeden, dat het hanteren van vakmatige terminologie in Nederland wat meer uit de losse pols geschiedt dan in b.v. Duitsland.

Hieronder een kale lijst van bijna 1000 vaktermen, bijeengesprokkeld door ondergetekende, met grote dank aan René Lobo, die niet alleen over een grote woordenschat beschikte, maar deze ook dagelijks over de vloer verspreidde. Deze termen en begrippen zullen later worden behandeld in een lexicon.
Wie ondertussen nog ontbrekende vaktermen weet toe te voegen, is van harte welkom. En vragen staat ondertussen vrij! Want woorden schieten tekort. Daarom hebben wij er zoveel.

Wordt vervolgd


.
aanvang dames en heren!, abstract toneel, absurdistisch drama, achronie, achterdoek, acoustiek, acquisitie, actant, acte, akte, acteur, acteurstoneel, actie Tomaat, actie-eenheid, actie-moment, actreutel, ad spectatores, adaptatie, aekkyklema, af, afdekken, afgang, afplakken, afstopping, afwikkeling, agent, akoestiek, akoestiek, akte, allegorie, allegorisch figuur, amateurtoneel, amfitheater, anagnorisis, agnitio, analyse of tekstanalyse, analytisch drama, anekdote, anonymus (Lat), anonymous (Gr), antagonist, anticiperen, anti-décor, antiek theater, anti-illusionistisch drama, antipièce, antitoneel, apotheose, applaus, applaus halen, applaus melken, apron-stage, archetype, archon eponymos, arenatoneel, argantlampen, aristotelisch drama, Aristotelische eenheden, Arlecchino prijs, ars poetica, articulatie, artiest, artiestenfoyer, artistiek leider, atellanen, auditie, auditorium, auteur, auteursrecht, autos sacramentales, avant-gardistisch theater, avant-scène, baignoire, bakkie, balkon, ballad opera, barndoor, barok toneel, basale termen, batement, bedanken, bedrijf, being, Belgisch plakband, belichting, bericht, bezetting, bijbels drama, bijbelspel, bijrol, binnenspel, black-light, black-out 1), black-out 2), blanc vers, blank staan, blijspel, bliscappen, bode, bodeverhaal, bokkezang, bonbonière, boulevard theater, box-set, boy-actors, brandscherm, brandweer, break a leg, broodacteur, broodje, bruiloftsspel, buffone, buffonerie, bühne, buitenspel, bukken, burgerlijk drama, burle, burleske, cabaret, cabotineren, café-chantant, canavaccio, capitano, il, captatie, carnaval, cast, casting, -director, catastasis, catastrofe, catharsis, cavea, changement, character, charge, chargeren, Charons-trap, choregos, choreografie, choros, claque, classicisme, claus, climax, clown, clute, comedia, comedie, comédie de caractère, comédie de moeurs, comédie d’intrigue, comédie franciase, comédie italienne, comédie larmoyante, commedia all’improviso, commedia dell’arte, commedia erudita, Community Theatre, compositie, conflict, constenaers, contrast, copyright, costumier, costumière (Fr), coucheren, coulisse, coulissentoneel, coup de théatre, couperen 1, couperen 2, cour, court masques, crux, cue, cyclorama, (d), debuut, décor, decorontwerper, dénouement, depositio, derde oog, deus ex machina 1), deus ex machina 2), deuteragonist, dialoog, dictie, didaskalia, distichomythie, dithyramben, docent drama, docu-drama, doddelen, doek, doelgroep, donkerslag, doorloop, double-take, draaiboek, draaitoneel, draak, drama, drama-analyse, dramadie, dramatheorie, dramatiek, dramatis personae, dramatische eenheden, dramatische expressie, vorming, dramatische ironie, dramatiseren, dramatisering, dramaturg 1), dramaturg 2), dramaturgie, dramaturgie gesloten, dramaturgie open, dress-rehearsal, drie eenheden, driekoningenspel, dubbelrol, duodrama , edelfigurant, een op een spelen, eenakter, eenheden, Aristotelische, eenheid van handeling, eenheid van plaats, eenheid van tijd, eenheid van tijd, plaats en handeling, eitje, ekkyklema, elisabethaans toneel, emblemata, emplooi, en ronde spelen, engagement, engelenbak, enscenering, ensemble, entr’acte, entrées, entreespel, entremets, epeisodion, epiek, epilogos, episch drama, episch landschap, episch reciet, episch toneel, episode, esbatement, exarchos, exarchon, existentialistisch drama, exit, exodos 1), exodos 2), exposé, expositie, expressionistisch drama, fabel, factie, faekaliëndrama, farce, Fasnachtspiel, fauteuil de balcon, feërie, festival, fictie, figura, figurae, figurant(en), figuratie, figurine, flash-back, flash-forward, flat character, fluiten op toneel, flyakenkomedie, FOH., fond, foyer, Frans-klassiek toneel, freelance, freeze, fries, frons scenae, front zaal, frontispiece, futurisme, fysieke handeling, gaasdoek, gaffertape, gage, garderobe, gas, gaslicht, gebaar, gebarenspel , gechargeerd spel, geestelijk drama, generale (repetitie), Gesamtkunstwerk, gesloten dramaturgie , gespeelde tijd, gesproken ruimte, gesticulatie, gestiek, gestus, ghesellen van de blauwe schuit, ghesellen van den spele, gilde, glijtoneel, gobo, gongslag, goochelaar, Grand Guignol, grid, grime, grimeur, grimeur, groteske, groundlings, GTBB, haagspel, halen, halfachtstand, Hals- und Beinbruch, ham-actor, ham-acting, handelingsaspecten, handelingseenheid, handelingsmoment, handelingsverloop, handelingsverloop, handelingsverloop, enkelvoudig , handelingsverloop, samengesteld , happening, harangue, harlekijn, Arlecchino, harlekijn, Arlecchino, heiligenspel, heldendrama, hemistichomythie, herderspel, herkenning, herneming, hernemen, hers, historiespel, histriones, hondje, hoofden!, hoofdhandeling, hoofdrol, hoofdtekst, hooggeëerd publiek!, hoogste tijd, hoogtepunt, hoorspel, horizonbak, horizondoek, horizontale analyse, Hosenrolle, houding, hulpspel, humanistentoneel, husekens, hybris, hypokrites, identificatie, illusie, illusieverstoring, illusionist, illusionistisch drama, toneel, illustratief (spel), impelling agent , impliciete auteur, impliciete toeschouwer, impressario, impressionistisch drama, improvisatie, in character, inamorata, ingénue, inhoud, inkom, inleving, inlichtingsfiguur, inloop, inner stage , inspeciënt, inspelen, intendant, intentie , interlude, interludium, interpretatie, tekstinterpretatie, intocht, intrige, intrigeblijspel, ioculator, italiaans toneel, italiaantje, iteratief vertellen, jabber-talk, Jan-Willempje, japans toneel, jardin, jessner-trap, jeugdtheater, jeune premier (première), jezusplek, jongejannen, jongleurs, juxtapositie, kaboeki, kadervertelling, kalklicht, kamertoneel, Kammerspiele, kap, kap (2), kapsel, kapwerk, karakter, karakterblijspel, karakterdrama, karikatuur, katastrofe, katharsis, kennisachterstand, kennissen groeten, kennisvoorsprong, kerstspel, kijkkasttoneel, kindertheater, klaagzang, klaaglied, klassicistisch drama, klassiek drama, kleedkamerpraatjes, kleedster, kleine zaal, kleinkunst, kleurenfilter, klont, kloot, klucht, kluit, knicks, knikkende knieën, knoedelen, komedie, komische ironie, komos, koor, koorkap, koorleider, koorzang, koperen kees, kostuum, kostuumontwerper, kothurnen, kousje, krommers en fitsen, kubisme in het décor, kunst- en vliegwerk, lach, landjuweel, landspel, latijnse spelen, lazzi, leerstuk , leesdrama, lekenspel, lever de rideau, libretto, licht, lichtbrug, lichtcabine, lichtkronen, lichtplafond, lichtplan, lift-toneel, lijden (het dramatische -), lijst, lijsttoneel, links/rechts, liturgisch drama, locatie: spelen op -, loge, Louis d’Or, ludi zaneschi, lunchpauzevoorstelling, LX, machina versatile, machinerieën, magisch realisme, mannetje, mansions, manteau, mantel- en degenstuk, maquette, Mariaspel, marionetten (-theater), marivaudage, marktspel, masker, maskerades, masques, massa-scène, mastiek, matinee, Mauerschau, meeleven, meispel, melodrama, merde, merk, the Method, method-acting, metrum, metteur en scene, Middeleeuwen, miles gloriosus, mime, mimen, mimesis, mimiek, mimos, minstreel, mirakelspel, mise-en-scène, mof, moment, in het – zijn, mondelinge overdraagbaarheid, monodrama, monologue interieur, monoloog, montage, moraliteit, moritat, motief, motoriek, motorisch moment, musical, muziekdrama, mysteriespel, mythe, mythologie, nar, naturalistisch drama, naturel, nazit, nevenhandeling, neventekst, niet-aristotelisch drama, nil volentibus arduum, noodlotsdrama, no-spel, off stage, off-broadway, olie-lampen, ommegang, ondertekst, one-liner, ongkos (onkos), ontknoping, ontwikkeling, onzichtbaar theater, open doekje, open dramaturgie, open toneel, openluchtschouwburg, opera, opera buffa, opera omnia, opere citato, operette, opkomst, optocht , opvoeringsgerichtheid, orchestra, orkestbak, outline, ouverture, ovatie, staande, over-acting, Paasspel, pageant, paljas, panache, panoramadoek, panoramatisch vertellen, pantomime, paradis 1), paradis 2) (les enfants du), paraskenion, parket, parodie, parodos 1) (plaats), parodos 2) (struktuur), partage, parterre, Passiespel, pastorale, pathos, pathos-speler, patineren, pauze, performance, periakten, peripetie, personage, phlyakes, phlyakes, Pierrot, pinakes, pipo, place du Prince, place sans vue 1), place sans vue 2), plan, planken, plankenkoorts, plankier, plastiek, plattevloertheater, plot, plot/story-verhouding, podium, point of attack, point of view, pointe, poot, poppenkast, poppenspel, porta hospitalie, porta regia, portaalbrug, pose plastique, postmodernistisch theater, prakticabel, prak, première, prisma, profetenspel, proloog, prologos, prop, props, proscenium, prosceniumboog, prosopon, prospektief moment, protagonist, proza, pruik, pseudoniem, psychodrama, psychologisch-realistisch drama, psychologiseren, publiek, Pulcinella, Punch, quem quaeritis-troop, quinqets, rabarber, raisonneur, Rampenfieber, reading, realisme (1/2) , realitstisch drama, recensent, recensie, recette, recitatief, rederijkers(toneel), rederijkerskamer, redundantie, regie, regie-aanwijzing, regie-assistent, regie-concept, regisseur, rei, reidans, reisvoorstelling, renaissance, repertoire, – spelen, repertoire-toneel, repeteren, repetitie, repliek, repraesentatio, reprise, requisiet, requisiteur, retardering, retarderend moment, retorisch, retrospektief moment, reverence, revue, rhetorica, richel 1) , richel 2) (tuig van de -), rideau, roedeboei, rol, rolbezetting, rollenzolder, rolwagen, romantisch drama, rondhorizon, rookmachine, round character, royalty, rug zaal, ruimte, dramatische, fysieke, ruimte, eenheid, veelheid van , run-through, sacra rappresentazione, sage, salon fermé, samenspel, satire, satyrspel, scaenae frons, scenae frons, Scapino, Scaramuccio, scenario, scène, scène 1 (eenheid), scène 2 (plaats), scène 3 a faire, scène 3 frans-klassicistisch, scène 4 shakespeareaans, scène 5 obligatoire, scène 6 a l’italienne, scènisch vertellen, scenograaf, -grafie, schellinkje, schimmenspel, schmieren, schmink, schminken, water/vet, schnabbel, schnabbelen, schooldrama, schoor, schouwburg 1) schouwtoneel, schouwburg 2), schrijver, schuiftoneel, schuine vloer, schuttersgilden, screenplay, screentest, script, segment, séjours, semiotiek, sententie, serial, serie, set, shakespeare-toneel, show, shutters, signaal, simultaanaspect, simultaantoneel, simultaneiteit, singulier vertellen, sinnespelen, skene 1), skene 2), skenotheke, sketch, slap-stick, slot, sluiertrek, smeerpotten, sneeuwdoek, soap, soap opera, sociaal drama, sociaal-realistisch drama, socialistisch-realistisch drama, society-stuk, sortie, sotheit, sotternie, sottie, soubrette, souffleur, souffleurshokje, spaans toneel, spanning, -sboog, speciaaltje, speelbeurt, speelstijl, speeltijd, spekscène, spel, spel van zinne, sinnespel, speldocent, spelers, spelspanning, spil, spreekkoor, springprocessie, spul, stalles, stand-up comedian, Stanislavski (method), stapelspel, stasimon, Stationendrama, statische bouw, stemmingsinleiding, stemmingsuitleiding, stichomythie, stijl, stil spel, Stilbühne, stop(wand), story, straatje, straattheater, strijklicht, striptease, stroboscoop, stuk in bedrijven, Sturm und Drang, subplot, subsidie, subtekst, succes halen, succesietoneel, surrealisme, suspense, Svobodagordijn, symbolisme, synopsis, synthetisch drama, tableau de la troupe, tableau vivant , tafelspel, tafereel, talent, tanneel, teaser, technici, tegenlicht, tegenzang, teichoskopie, tekst, teksttoneel, tekstzegging, telari, televisiespel, teneel, Terentius-toneel, terzijde, tetralogie, theater 1), theater 2), theater van de wreedheid, theatermaker, theaterregistratie, theatersport, theaterwetenschap, theatrale conventie, theatraliseren, théàtre de poche, theatre en rond, theatre total, theatron, Thespiswagen (-kar), tijd, dramatische, tijd, eenheid/veelheid van , timing, tineel , tingeltangel, toi toi toi, tois, tomaat, toneel 1) plaats, toneel 2) kunstvorm, toneel 3) eenheid, toneelaanwijzing, toneelbeeld, toneelbewerking, toneelhuis, toneellijst, toneelmeester, toneelschool, toneelschrijver, toneelspel, speler, totaaltheater, totaaltje, tournee, tournooi, tragedie, tragi-komedie, tragische ironie, transformatie, travestie, trek, trekken, trekkenwand, trekroede, treurspel, trilogie, tritagonist , trois-quarts, try-out, type, type-casting, uitkoop, uitkoopsom, uitstraling, under-acting, understudy, vak, vallen, variété, vastenavondspel, vaudeville, velum, velarium, Verfremdung, vervreemdingseffect, vers, vertelde tijd, verteltijd, verticale analyse, vertoning, vertooning, vertrouweling, vertrouwensfiguur, vervreemdings-effect, vestiaire, vestzaktheater, vet spelen, vierde wand, vlakke vloer, -theater, vloer (op de vloer), voetlicht, volgspot, volkstheater, volontair, vomitoria, voor/achter, voordoek, voorgeschiedenis, voorspel, voorstelling, voortoneel, vormingstoneel, theater, vrees en medelijden, vrije productie, vrijkaartje, de VIJF W’s, wacht, wachtwoord , wagenspel, wagner-getrokken doek, wajang, -poppen, weerstand, wereldbeeldaspect, wereldlijk drama, werklicht, whodunnit, wilhelmus-effect, witje, wolkenmachines, zaalbrug, zakelijk leider, zannespelen, zinnespelen, zanni, zedenblijspel, zeemachine, zegging (tekst-zegging), zetstuk, zijtoneel, zijzwart, Zimmertheater, zinkluik, zinneken, zinnespel, zotten, zottengilde, zwaarddansen, zwarte doos, zweefmachine