ELEKTRA, intro

Toneelacademie Maastricht
Toneelacademie Maastricht

Zo’n 35 jaar lang was Elektra van Sophocles in mijn dramaturgie-lessen aan de Toneelacademie Maastricht onontkoombaar het allereerste drama dat de propedeuse-studenten op hun bord kregen, als proef op de som na het instampen van de droge theorie. Theorie heeft pas zin wanneer die concreet in praktijk wordt gebracht. Dóen dus! Alleen in het weerbarstige samenspel van theorie en praktijk groeit het analytisch vermogen. Op deze website is die theorie zelf overigens (nog?) niet te vinden, dus wie niet beter weet krijgt hier de oplossing van een onbekende puzzel.  

Grieks theater
Grieks theater

 

Maar goed, hopelijk is deze oeroude-standaard-voorbeeld-analyse van Elektra voor de oud-gedienden onder ons een handige herinnering met o-ja-ervaringen en wellicht voor anderen een bruikbare o-zit-dat-zo–ervaring….

En in ieder geval is er in het laatste hoofdstuk weer ruimte voor alle vragen, opmerkingen en nostalgische notities van iedereen.

 

Sophocles
Sophocles

SOPHOCLES (495-406 v. Chr.) schreef zo’n 120 drama’s. Slechts zeven daarvan overleefden de tand des tijds en één daarvan is Elektra. Zoals gebruikelijk schreef So­pho­cles dit drama in het kader van een wedstrijd.
.

ELEKTRA vormt een afge­rond, zelf­stan­dig geheel en is dus niet, zoals vele andere Griekse tra­ge­dies, onderdeel van een trilogie.  Voor het overige verwijzen wij gemakshalve naar de (antieke) theatergeschiedenis, die bekend wordt verondersteld.
.

FORMELE INDELING
De structuur van de Griekse tragedie berust op een herhaalde af­wisseling van:
          epeisodion   –  gespeelde scène door de ac­teurs
         
stasimon       – zang en dans door het koor 

.
De ervaring van deze indeling ­van de voorstelling gaat voor de lezer dan wel geheel verlo­ren, maar was voor het Griekse pu­bliek overduidelijk te zien en te horen, als dé grote at­trac­tie van de trage­die: een afwisseling van spel, zang en dans, kortom: compleet mu­ziekthe­ater!.

De formele indeling van ‘Elektra’ is als volgt:

prologos   spel    vers 1-120
parodos   koor opkomst   121-250
1e epeisodion  spel    251-471
1e stasimon  koorlied    472-512
2e epeisodion spel   513-1056
2e stasimon  koorlied  1057-1098
3e epeisodion spel   1099-1399
exodos koor uittocht  1400-1510

                                                 

  • Diverse antieke tragedies kennen een langere opbouw, tot zelfs wel een 5e epeiso­dion en stasi­mon.
  • Een epilogos, waarmee een Griekse tra­ge­die vaak werd afge­sloten, komt in ‘Elektra’ niet voor.
  • Niet iedere tekstuitgave vermeldt expliciet deze formele indeling van de trage­die. De lezer moet deze dan eventueel zelf reconstrueren.
  • Regie-aanwij­zin­gen komen in de oor­spronke­lij­ke tekst in het geheel niet voor­. Deze worden in de moderne uitgaven soms wel toegevoegd, terwille van de leesbaarheid.
  • Voor citaten gebruiken wij de vertaling van Emiel de Waele, in de uitgave Sophocles, Tragediën, Kapellen-Amsterdam 1987. Deze uitgave is geheel voorzien van de formele indeling en een nummering van de verzen.  
  • Graag verwijzen wij ook naar de rake, leesbare en vooral ook speelbare vertaling van Elektra door Pé Hawinkels, ondergebracht in de uitgave Drie tragedies, Baarn 1979. Deze vertaling werd eerder gespeeld en gepubliceerd door Publiekstheater, bij de voorstelling in 1975. In mijn lessen werd steevast deze vertaling gebruikt! Helaas ontbreekt daar echter de formele indeling en de nummering van de verzen. Vooral dat laatste is in dit kader wat lastig i.v.m. verwijzingen naar de citaten.

zie verder >> 1. De drie startvragen van Elektra